| BTW-teruggaaf bij wanbetaling |
|
Een ondernemer komt in aanmerking voor een teruggaaf van BTW als blijkt dat het hem niet lukt om na een aantal pogingen de vordering geïnd te krijgen en hij vervolgens genoodzaakt is de vordering af te schrijven. De ondernemer kan aannemelijk maken dat de afnemer niet heeft betaald en ook niet zal betalen aan de hand van de volgende bescheiden: - brief van de curator waarin wordt meegedeeld dat er geen uitdeling meer zal plaatsvinden (bij faillissement); - correspondentie met de afnemer waaruit blijkt dat hij niet gaat betalen; - incassoronde waaruit blijkt dat aanmanen geen resultaat heeft gehad. Een ondernemer moet dus "bewijsmateriaal" aan de belastingdienst overhandigen waaruit blijkt dat de afnemer niet zal betalen. Om in aanmerking te komen voor teruggaaf hoeft de afnemer dus niet failliet te zijn verklaard. Een ondernemer komt al in aanmerking voor een teruggaaf van BTW als hij een openstaande vordering na een aantal serieuze pogingen nog steeds niet kan verkrijgen. Het geldt ook als er een discussie ontstaat met de afnemer over de vorderingen en de ondernemer afziet van het aanspannen van een procedure. Ook dan kan een teruggaaf van BTW worden verkregen. Het is namelijk op dat moment al duidelijk dat de vordering niet zal worden ontvangen. Een ondernemer dient een schriftelijk verzoek voor teruggaaf van BTW in bij de belastingdienst binnen een maand na afloop van het tijdvak waarin het recht op teruggaaf is ontstaan. Redelijkerwijs kan dan namelijk worden aangenomen dat de afnemer niet gaat betalen. De uiterste datum van een teruggaafverzoek is de datum waarin de betaling in recht niet meer kan worden gevorderd. Er is geen recht op teruggaaf: - als de vordering op de afnemer wordt omgezet in een geldlening; - als niet de ondernemer maar een ander de vergoeding ontvangt. Bijvoorbeeld in een situatie waarin de ondernemer de betaling aan een derde achteraf goedkeurt, of als de ondernemer bij de betaling aan de derde is gebaat. Als een kredietverzekering is afgesloten om het risico af te dekken dat een afnemer niet betaalt, wordt de uitkering van de verzekering niet gezien als een betaling van de factuur door de afnemer. Een ondernemer houdt dan dus het recht om teruggaaf van BTW te vragen aan de belastingdienst. Als een afnemer zijn factuur niet wil of kan betalen, moet de ondernemer altijd proberen de BTW terug te vragen die al is voldaan in het tijdvak waarin de factuur is verzonden. Het is een kleine moeite een schriftelijk verzoek in te dienen bij de belastingdienst. Het benodigde "bewijsmateriaal" is hoogstwaarschijnlijk toch al voor handen. Zo ontvangt de ondernemer toch nog een klein bedrag, ook al staat dit in geen verhouding tot het geld dat hij is misgelopen!!
|